Fossiel uit de vergelijking halen

03-03-2026

OPINIE – De discussie over plastics ontspoort steeds vaker voordat ze goed en wel is begonnen. Niet omdat er te weinig feiten zijn, maar omdat het vertrekpunt ontbreekt. Te vaak gaat het gesprek over biobased plastics langs een voorspelbaar pad: te duur, onduidelijk milieuvoordeel, matige performance. Daarmee lijkt het debat inhoudelijk, maar in werkelijkheid is het een cirkelredenering. Wie het fossiele vertrekpunt intact laat, zal altijd concluderen dat alternatieven tekortschieten.

Dat is het echte probleem: we rekenen nieuwe materialen af op een oude realiteit. Fossiel fungeert impliciet als norm, als nulmeting waar alles tegen wordt afgezet. Alsof de keuze is tussen perfect bewezen systemen en experimentele afwijkingen. Maar dat frame is misleidend. Het negeert de reden waarom überhaupt naar biobased plastics en recycling wordt gezocht: de noodzaak om fossiele koolstof uit te faseren.

Niemand beweert dat fossiel morgen verdwijnt. Maar richting 2050 is de afbouw onvermijdelijk — door klimaatdoelen, geopolitiek en grondstoffenschaarste. De relevante vraag is dus niet of biobased plastics vandaag alle vakjes afvinken in een fossiel referentiekader. De vraag is: hoe vullen we een toekomstige materialenbehoefte in zonder fossiele koolstof? Pas als je dát als startpunt neemt, verschuift het debat van afrekenen naar ontwerpen.

Dat betekent niet dat kritiek verdwijnt. Integendeel. Kosten, milieu-impact en performance blijven legitieme criteria. Maar hun betekenis verandert. Ze worden geen eindstation, maar ontwerpparameters. Problemen die opgelost moeten worden, niet bewijzen dat het niet kan. Wie elke nieuwe route afwijst omdat ze nog niet op fossiel niveau zit, vraagt in feite om stilstand.

Zolang fossiel impliciet in de vergelijking blijft, winnen korte-termijnanalyses het van lange-termijnlogica.

De geschiedenis van de industrie laat iets anders zien. Grote transities beginnen zelden met perfecte technologieën. Schalie-ethaan transformeerde de Amerikaanse chemie niet omdat het op dag één ideaal was, maar omdat er schaal, richting en investeringszekerheid waren. China bouwde hele waardeketens rond alternatieve grondstoffen, eerst uit noodzaak, later uit strategie. Transities versnellen wanneer een systeem besluit dat de richting vaststaat.

Daar wringt het in Europa. Het debat is scherp, de kennis groot, maar het gezamenlijke vertrekpunt ontbreekt. Zolang fossiel impliciet in de vergelijking blijft, blijven alternatieven marginaal. Dan winnen korte-termijnanalyses het van lange-termijnlogica. En dan ontstaat de paradox: iedereen erkent dat we van fossiel af moeten, maar niemand wil rekenen zonder fossiel als referentie.

Gelukkig nemen Nederlandse en EU overheden nemen steeds vaker biobased en recycling op in hun beleidsvisies en dat is winst ten opzichte van een paar jaar geleden. Kleinere en grotere bedrijven schalen door en anticiperen op de marktvraag die gaat komen. Want er is wel degelijk beweging, niet alleen richting niches, maar ook naar opschaling. Het Nationaal Groeifonds programma BioBased Circular versnelt één van de routes naar duurzame plastics, die van de biobased polyesters. Nu ruim twee jaar na de start van BioBased Circular werken er al meer dan 130 grote en kleine bedrijven en 9 kennisinstellingen aan het realiseren van deze materialentransitie. In grotere consortia of specifiek in demonstratieprojecten. Maar daarnaast ook door vele innovatieve MKB’ers die laagdrempelig subsidie ontvangen om praktische testen uit te voeren met deze voor hen nieuwe grondstoffen. Omdat zij zien dat deze route niet alleen voordelen oplevert in duurzaamheid, plastic vervuiling, klimaattransitie en functionaliteit, maar ook als business kans voor henzelf.

De keuze is minder technologisch dan ze lijkt.

Dit pad is geen technologische sprong in het duister, maar een mentale. Haal fossiel uit de vergelijking als eindtoestand, en zet het in als afbouwpad. Niet door realiteit te ontkennen, maar door haar expliciet te maken. Richting 2050 is de vraag niet of de chemie verandert, maar hoe snel en waar die verandering plaatsvindt. Daarmee verandert ook de toon van het debat. Van defensief naar constructief. Van bewijsdrang naar ontwerpkracht. Niet langer: waarom het niet kan. Maar: wat er nodig is om het wel te laten werken.

Want uiteindelijk is dit geen discussie over materialen alleen. Het is een vraag naar industriële toekomst. Wie blijft hangen in het optimaliseren van het fossiele verleden, organiseert zijn eigen krimp. Wie durft te ontwerpen vanuit een fossielvrije horizon, creëert ruimte voor een volgende generatie chemie in Europa.

De keuze is dus minder technologisch dan ze lijkt. Het is een keuze van perspectief. En die begint met iets ogenschijnlijk eenvoudigs: fossiel uit de vergelijking halen. Niet om het heden te ontkennen, maar om de toekomst serieus te nemen.

Edwin Hamoen is directeur van het nationaal groeifondsprogramma BioBased Circular.

repost Industrielinqs