Terug naar nieuws

Miljoenennota 2027: extra aandacht voor circulaire economie, maar waar landt het geld?

16-09-2026

De Miljoenennota 2027 bevestigt dat het kabinet de circulaire economie nadrukkelijker wil inzetten als onderdeel van het toekomstige verdienvermogen van Nederland. Tegelijkertijd blijft de concrete financiële vertaling van deze ambitie op onderdelen nog beperkt zichtbaar. Voor de groene chemie en circulaire industrie zijn vooral drie ontwikkelingen relevant: middelen voor circulaire economie binnen de begroting van Klimaat en Groene Groei (KGG), het verdere begrotingspad van het NGF-programma Biobased Circular en een nieuwe openstelling van het Nationaal Groeifonds voor strategisch industriebeleid. 


Geld voor circulaire economie: focus verschuift naar uitvoering en opschaling

Het kabinet wil in 2027 het Nationaal Programma Circulaire Economie (NPCE) versterken. Waar de afgelopen jaren sterk is ingezet op beleidsontwikkeling en het formuleren van doelen, ligt de nadruk nu meer op uitvoering en opschaling in de praktijk. De overheid wil daarbij knelpunten wegnemen en circulaire businessmodellen concurrerender maken, zodat bedrijven meer zekerheid en investeringsruimte krijgen. Als prioritaire sectoren worden onder meer circulaire bouw, groene chemie en elektronica genoemd. Ook wil het kabinet de inkoopkracht van de overheid sterker benutten als ‘launching customer’.

Opvallend is dat de verantwoordelijkheid voor circulaire economie vanaf deze begrotingsperiode nadrukkelijker bij KGG komt te liggen. Budgetten voor circulaire economie worden vanuit IenW overgeboekt naar het ministerie van KGG. Daarmee wordt de circulaire economie sterker verbonden aan het bredere klimaat-, energie- en industriebeleid. Tegelijkertijd maakt de begroting nog onvoldoende concreet welke bedragen uiteindelijk naar welke instrumenten, sectoren of projecten gaan. De beleidsambitie is daarmee duidelijker dan de financiële uitvoering.

Biobased Circular: begrotingspad loopt door tot 2030

Ook het Nationaal Groeifondsprogramma Biobased Circular blijft in de begroting zichtbaar tot 2030. Het programma richt zich op de ontwikkeling van klimaatneutrale materialen en circulaire biopolyesters als basis voor een nieuwe bedrijfstak, onder meer voor plastics, kunststoffen en bouwmaterialen. De inzet is daarbij expliciet om biobased materialen uiteindelijk concurrerend te maken met fossiele alternatieven, zowel qua eigenschappen als prijs.

Uit de begrotingscijfers blijkt tegelijkertijd dat het programma richting 2030 een aflopend begrotingspad kent, omdat de tweede fase van Biobased Circular niet is toegekend. Voor de sector is de vraag daarmee welke publieke middelen beschikbaar zijn voor deze sector, maar vooral hoe deze middelen in de komende jaren worden ingezet om technologieën daadwerkelijk richting demonstratie, opschaling en marktintroductie te brengen.

NIKI: €250 miljoen voorzien voor tweede openstelling

Voor bedrijven die bezig zijn met grootschalige industriële verduurzaming is daarnaast de Nationale Investeringsregeling Klimaatprojecten Industrie (NIKI) relevant. Deze regeling is bedoeld voor grote CO₂-reducerende projecten en innovatieve technieken die niet goed binnen bestaande regelingen passen. Daarbij worden expliciet voorbeelden genoemd als elektrisch kraken en groene chemie. Bij de eerste openstelling werd één positieve beschikking afgegeven ter waarde van €135 miljoen. Voor een tweede openstellingsronde in 2026 is circa €250 miljoen voorzien; de bijbehorende kasuitgaven worden naar verwachting vanaf 2027 gerealiseerd. Dit is daarmee een van de meest concrete financiële instrumenten in de begroting voor grootschalige innovatieve industriële verduurzaming.

Nationaal Groeifonds: vrijgevallen middelen naar strategisch industriebeleid

Tot slot is er beweging binnen het Nationaal Groeifonds. Door bijstellingen in eerder toegekende projecten zijn middelen vrijgevallen. Het kabinet kiest ervoor deze middelen niet opnieuw over bestaande projecten te verdelen, maar te benutten voor een nieuwe openstellingsronde van het Nationaal Groeifonds, gericht op strategisch industriebeleid. In de begroting van het NGF staat voor 2027 in totaal €229,7 miljoen aan uitgaven geraamd. Voor de nieuwe openstellingsronde van het Nationaal Groeifonds ‘Strategisch Industriebeleid’ is een bedrag van €388,9 miljoen in de begroting opgenomen.

Voor GCNE is relevant dat de Miljoenennota hiermee een duidelijke beweging laat zien: circulaire economie, groene chemie en strategische industriële technologie worden nadrukkelijker onderdeel van het economische groeibeleid. De volgende stap is echter cruciaal: de beschikbare middelen moeten daadwerkelijk terechtkomen bij technologieën en bedrijven die de stap van innovatie naar industriële schaal kunnen maken. De Miljoenennota geeft daarvoor richting, maar laat op verschillende onderdelen nog open hoeveel geld uiteindelijk beschikbaar komt, via welke instrumenten en op welke termijn. Dat maakt de verdere uitwerking van de begrotingen en subsidieregelingen de komende periode minstens zo belangrijk als de Miljoenennota zelf.

Circulaire hefboom

Er is nog steeds geen duidelijkheid over de inzet van een Circulaire hefboom om de koplopers in de circulaire industrie in Nederland te helpen versnellen in de opschaling. De Circulaire Hefboom was onderdeel van het breed gedragen pakket aan maatregelen dat anderhalf jaar geleden is voorgesteld door de Plastic Tafel. De Circulaire Hefboom kan de marktvraag naar circulaire materialen stimuleren en sluit goed aan bij lopende Europese initiatieven. Zonder marktvraag geen opschaling in innovatie en dus geen bijdrage aan verdienvermogen van Nederland.