Terug naar nieuws

Stopzetten investeringen bioplastics speelt fossiele industrie in de kaart

04-08-2026

Financieel Dagblad - Het kabinet trekt de stekker uit de financiering voor het BioBased Circulair-programma en remt daarmee de transitie naar plastics op basis van biologisch afbreekbaar materiaal af. De regering valt hiermee in een klassieke valkuil, schrijft Arnold Stokking.

Het Nationaal Groeifondsprogramma BioBased Circulair bouwt aan een nieuwe industrietak voor Nederland. BioBased Circular richt zich op het vervangen van olie in plastics door middel van zogenaamde biopolyesters. Inmiddels zijn er 140 bedrijven in 200 projecten actief in de eerste fase. Acht demonstratiefabrieken moeten in 2032 gerealiseerd zijn. Ondanks deze ontwikkelingen heeft het kabinet op 10 juli besloten om – op advies van de Nationale Groeifondscommissie – de financiering voor de tweede fase van het programma niet toe te kennen.

Illustratie: Hein de Kort voor Het Financieele Dagblad

Biopolyester

Het vervangen van olie op basis van biopolyesters is niet de enige oplossing, maar het biedt een groot potentieel in diverse omvangrijke markten zoals verpakkingen, bouwmaterialen, verf en textiel. Biopolyesters vereisen veel minder biomassa en landgebruik dan andere bioplastics. Daarnaast kenmerkt het materiaal zich door veelal volledige afbreekbaarheid. Er blijven na gebruik geen microplastics in het milieu achter.

Illustratief voor zo’n transitie is dat kleine spelers zich stap voor stap een positie verwerven naast grote gevestigde bedrijven. Zo ook bij BioBased Circular: opschalen is voor deze nieuwe spelers dé uitdaging. Deze start-ups zoeken daarbij het samenspel met grote bedrijven op die, opvallend genoeg, meestal niet uit de basischemie komen maar uit de landbouwketen en detailhandel.

Transities tornen aan de verdienmodellen van de gevestigde bedrijven die fossiele grondstoffen gebruiken. De Europese plasticindustrie kampt met grote problemen. De hoofdredacteur van het chemievakblad Industrielinqs, Wim Raaijen, publiceerde hierover recent het boek SOS Industrie (2026). Disruptieve innovatie zoals biopolyesters is voor de huidige industrie geen prioriteit.

Kraakhelder advies

De Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur gaf in 2019 al een kraakhelder advies aan het kabinet-Rutte III. Het adviesorgaan waarschuwde dat vernieuwing in Nederland te lang binnen het bestaande systeem wordt gezocht, waardoor transities vertragen. Het advies was duidelijk: behoud van het bestaande mag geen doel op zichzelf zijn. En de stem van gevestigde spelers mag in het transitieproces niet doorslaggevend zijn.

Sturingsmechanismen vanuit de overheid zijn essentieel om maatschappelijke transities te bewerkstelligen. Beleidsmakers wegen verschillende factoren af om ingrijpen te rechtvaardigen. De overheid moet daarom een balans vinden tussen het maatschappelijk en privaat belang van de gevestigde industrie. Niet-ingrijpen levert de overheid grote maatschappelijke kosten op.

Een voorbeeld: door de huidige regels wordt olie bevoordeeld, gezien het goedkoper aangeboden wordt dan biopolyester omdat alleen de productiekosten in de prijs ingerekend worden. Wanneer echter alle werkelijke kosten die samenhangen met het gebruik van olie, zoals milieuschade, verplicht in de prijs ingerekend worden, is het duurder dan plantaardige alternatieven. Doordat de werkelijke prijs niet wordt betaald, blijft de gevestigde orde olie gebruiken voor het productieproces – met grote maatschappelijke kosten van dien.

“De overheid laat de sturing los op het moment dat de plastictransitie die het hardst nodig heeft.”

Om deze redenen beoogt het Nationaal Groeifonds maatschappelijk relevante transities te stimuleren. Het is gericht op het opschalen van concepten naar productie. Inmiddels werken vele beleidsambtenaren in Den Haag en Brussel aan een ongekend pakket van maatregelen om de vraag naar duurzame chemie te stimuleren. De Iran-oorlog toont het belang van de transitie. Niet alleen voor het klimaat, maar ook voor de benodigde leveringszekerheid.

Klassieke valkuil

Transities gaan niet snel. De financiële horizon van het programma was acht jaar, van 2024 tot 2032. Toch adviseerde het Nationaal Groeifonds het kabinet om na drie jaar te stoppen. De argumenten van het Nationaal Groeifonds gaan stuk voor stuk in tegen de aard van transities en de hiervoor beschreven lessen: te weinig zicht op opschaling van de techniek en te weinig vertrouwen in stimulerend overheidsbeleid. Het Nationaal Groeifonds trapt in de klassieke valkuil van transities – de benodigde tijd wordt niet gegund en de vele signalen die in de goede richting wijzen worden onvoldoende op waarde geschat.

Het kabinet nam dit advies over en zette BioBased Circular stop. Daarmee laat de overheid de sturing los op het moment dat de transitie die het hardst nodig heeft – tijdens de opschalingsfase. Dé fase waarin de nieuwe industrietak wortel moet schieten. Een alarmerende dwaling.

Diegenen die geadviseerd hebben over het beëindigen van BioBased Circular realiseren zich niet dat de uitdaging zo groot is dat alle oplossingen nodig zijn om van de afhankelijkheid en schade van olie en gas af te komen. China, het Midden-Oosten en de Verenigde Staten zijn de lachende derden. Het is evident dat Europa niet op kan tegen de op olie gebaseerde plastics vanuit de grote olieproducerende landen. Het voortbestaan van de hele sector in heel Europa staat op het spel. Het beschermen van de bestaande industrie is uiteindelijk geen oplossing. Alleen met radicale innovaties kan Europa een langdurige gezonde positie innemen.

Dit is een ingezonden opiniebijdrage van Arnold Stokking in het Financieel Dagblad, gepubliceerd op 5 augustus 2026. Lees hier